Hoe meer hokjes we proberen af te breken, hoe meer labels we lijken te creëren.
BLOG
We horen het steeds vaker: mensen willen niet meer in hokjes worden geplaatst. Begrippen zouden te beperkend zijn. Labels zouden mensen vastzetten in een identiteit die veel ingewikkelder is dan één woord kan beschrijven. Dat klinkt op het eerste gezicht logisch. Maar tegelijkertijd gebeurt er iets merkwaardigs. Terwijl er wordt gezegd dat er minder hokjes moeten zijn, lijkt het aantal woorden en labels waarmee mensen, gevoelens, relaties en identiteiten beschrijven juist enorm toe te nemen.
Worden hokjes werkelijk afgebroken? Of worden de hokjes vervangen door nieuwe?
Taal verandert
Natuurlijk verandert taal. Dat is niets nieuws. Nieuwe woorden kunnen ontzettend waardevol zijn. Soms bestaat er simpelweg nog geen goed woord voor een bepaalde ervaring en kan nieuwe terminologie helpen om die ervaring beter te begrijpen. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar ergens ligt er een grens.
Wanneer taal steeds ingewikkelder wordt en voor iedere nuance een nieuw begrip ontstaat, kan het tegenovergestelde gebeuren van wat men eigenlijk wilt bereiken. In plaats van mensen meer ruimte te geven, kan je juist het gevoel geven dat men voortdurend moeten bepalen welk label precies bij hen hoort. En dat roept bij mij een vraag op. Moet werkelijk iedere menselijke ervaring een eigen naam krijgen?
Van minder hokjes naar meer labels.
Wat mij vooral opvalt, is de paradox. We horen steeds vaker om ons heen dat mensen het niet altijd prettig vinden dat ze in een hokje passen. Maar ondertussen krijgen we steeds meer woorden om te beschrijven wie iemand is, wat iemand voelt, hoe iemand een relatie ervaart of hoe iemand zich tot anderen verhoudt. Een woord dat jarenlang voor vrijwel iedereen begrijpelijk was, kan ineens als te beperkt worden gezien. Wat vroeger gewoon werd benoemd als bijvoorbeeld heteroseksueel, homoseksueel, man, vrouw of een relatie tussen twee mensen, wordt steeds vaker omringd door allerlei aanvullende termen en definities. Voor sommige mensen geeft dat wellicht herkenning. Voor anderen zorgt het juist voor verwarring. En misschien moeten we daar als samenleving ook gewoon eens eerlijk over kunnen praten. Zonder dat iemand meteen wordt weggezet als ouderwets, ongevoelig of intolerant.
Wie bepaalt eigenlijk voor mij en voor jouw de taal? En wie bepaalt voor mij en voor jouw welke woorden we moeten gebruiken?
Ik moet namelijk helemaal niks en mag zelf bepalen welke woorden ik gebruik toch? Daar heeft een ander niets over te vinden of iets over te zeggen.
Een relatief kleine groep mensen bijvoorbeeld binnen de wetenschap, academische wereld, belangenorganisaties en activistische bewegingen kan invloed hebben op de manier waarop bepaalde onderwerpen worden benoemd. Dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn. Nieuwe inzichten ontstaan vaak juist vanuit onderzoek, discussie en maatschappelijke beweging. Maar wanneer bepaalde terminologie vervolgens steeds nadrukkelijker wordt voorgeschreven aan de rest van de samenleving, kan er weerstand ontstaan. Niet noodzakelijk omdat mensen tegen de personen of ervaringen achter die woorden zijn. Maar omdat mensen het gevoel krijgen dat de taal die ze jarenlang gebruikten ineens niet meer mag. Het geeft een gevoel van opdringen.
En zodra mensen het gevoel krijgen dat ze voortdurend op hun woorden moeten letten, ontstaat er afstand. Dan gaat het gesprek niet meer over de persoon tegenover je. Dan gaat het gesprek over het woord dat je hebt gebruikt.
Begrijpen we elkaar nog?
Taal is er uiteindelijk om met elkaar te communiceren. Om elkaar duidelijk te maken wat we bedoelen. Om ervaringen te kunnen delen. Maar als iemand eerst een uitgebreide woordenlijst nodig heeft voordat hij of zij een gesprek over identiteit, gender of relaties kan voeren, bereik je dan nog wel wat je oorspronkelijk wilde bereiken? Ik vraag mij dat eerlijk gezegd af.
Meer begrip? Of creëer je juist nieuwe misverstanden?
Ik denk dat we moeten oppassen dat taal geen doel op zichzelf wordt. Want iemand kan alle juiste woorden gebruiken en toch totaal niet begrijpen wat een ander werkelijk voelt of bedoeld. En iemand kan een verouderd of onhandig woord gebruiken zonder daarmee iemand bewust te willen kwetsen. Dat verschil is belangrijk.
- Misschien hoeven we niet alles te benoemen.
- Misschien mogen we soms ook accepteren dat niet alles in één woord past.
- Dat mensen kunnen veranderen.
- Dat gevoelens ingewikkeld kunnen zijn.
- Dat iemand zichzelf niet precies kan definiëren.
- En misschien hoeft dat helemaal geen probleem te zijn. We hoeven niet voor iedere nuance een nieuw label te bedenken.
Soms is, “ik weet het niet precies” ook een antwoord. Soms is “zo voel ik het" ook voldoende. En soms is iemand gewoon een mens. Zonder toevoeging.
Hokjes doorbreken begint misschien ergens anders. Ik ben niet tegen nieuwe woorden. Ik ben ook niet tegen mensen die zichzelf met een bepaald woord herkennen. Maar ik denk wel dat we onszelf een belangrijke vraag moeten blijven stellen: Helpt dit woord ons om elkaar beter te begrijpen? Of zijn we vooral bezig om elkaar opnieuw in te delen? Want het zou toch bijzonder zijn als een samenleving uiteindelijk zoveel hokjes heeft afgebroken, dat je inmiddels bent vergeten dat je ondertussen een hele nieuwe verzameling aan hokjes hebt gebouwd. Misschien moeten we daarom niet alleen kijken naar welke labels we gebruiken, maar ook naar de behoefte om mensen überhaupt voortdurend te labelen. Want echte vrijheid betekent misschien niet dat iedereen het perfecte label kan vinden. Misschien betekent vrijheid juist dat je niet altijd een label nodig hebt.