BLOG - VEEL GESTELDE VRAGEN 



Wat weten we eigenlijk nog over de biologische kant van genderdysforie?

Zijn we in het gesprek over identiteit vergeten hoe belangrijk het lichaam kan zijn?

 

Wat is jouw standpunt hierover?

 

Is de biologische component nog relevant in discussies over transgender zijn? De manier waarop we praten over mensen met genderdysforie is aanzienlijk geëvolueerd in de afgelopen decennia.

In de jaren 80 en 90 lag binnen de medische en maatschappelijke benadering veel nadruk op ‘transseksualiteit’, met aandacht voor lichaamskenmerken, ervaren lichamelijke discrepantie en mogelijke medische ingrepen. Dit roept bij mij de vraag op of we niet te veel de biologische kant uit het oog verliezen. 

 

Wanneer iemand medische hulp zoekt, draait het uiteindelijk wel om het lichaam: hormonen, fysieke kenmerken, anatomie en soms om biologische aspecten die voor de persoon zelf onbekend waren.

Er bestaat ook een groep mensen met intersekse/DSD-varianten waarbij zo'n fysieke variatie soms pas later aan het licht komt. Dit doet me afvragen of we bij genderdysforie altijd voldoende aandacht besteden aan het biologische aspect. Hoewel transgender en intersekse/DSD verschillend zijn, kunnen ze elkaar wel overlappen. Als transgender en intersekse verschillende begrippen zijn, maar bij sommige mensen wél kunnen overlappen, hoeveel weten we dan eigenlijk over de biologische factoren die bij genderdysforie een rol kunnen spelen? Daarbij lijkt het mij belangrijk om verschillende aspecten naast elkaar te blijven onderzoeken, zoals biologische geslachts-ontwikkeling, intersekse/DSD, chromosomen, hormonen, hersenontwikkeling, genderidentiteit en genderdysforie vooral de vraag hoe deze aspecten zich al dan niet tot elkaar verhouden. 

 

Ik wil hiermee nadrukkelijk niet zeggen dat ‘transgender’ eigenlijk hetzelfde is als intersekse. Daarvoor is het wetenschappelijke bewijs er niet. 

 

Een interessantere vraag is: waar raken biologische variatie, genderidentiteit en genderdysforie elkaar wél, en wat weten we daar nog niet over?

Voor mij draait het niet om de externe perceptie. Als iemand zegt: "Ik wil mijn lichaam veranderen omdat het niet overeenkomt met mijn innerlijk," gaat het niet per se om de mening van anderen, maar om het persoonlijke innerlijke conflict met het lichaam.

 

Het valt me op dat in het huidige gesprek veel nadruk ligt op identiteit, terwijl genderdysforie juist ook betrekking kan hebben op de ervaren verhouding tussen iemands lichaam en diens innerlijke beleving.

Laten we daarom opnieuw durven te kijken naar de biologische aspecten en vragen stellen als:

  • Wat weten we eigenlijk over de biologische kant van genderdysforie?
  • In hoeverre spelen biologische factoren een rol?
  • Kunnen transgender en intersekse elkaar overlappen?
  • Hebben we in de verschuiving van een medische benadering naar een benadering vanuit identiteit misschien bepaalde biologische vragen te veel naar de achtergrond laten verdwijnen?

Ik heb niet alle antwoorden. Soms begint een waardevol gesprek met het stellen van de juiste vragen.

Wat denk jij?

Moeten we bij genderdysforie meer aandacht blijven besteden aan het biologische aspect, of is de interne zelfbeleving uiteindelijk doorslaggevender? Ik ben benieuwd naar jouw mening.


Deel 2. 

"

Als we het biologische vrouwenlichaam nog niet volledig begrijpen, hoe kunnen we dan zo stellig zijn over de biologische kant van transmannen"? 

Hoe goed kennen we eigenlijk het lichaam van een transman? 

BLOG

Als we het vrouwenlichaam nog steeds niet volledig begrijpen, hoe kunnen we dan precies weten wat er biologisch gebeurt bij een transman? Er is iets opvallends aan de geschiedenis van de medische wetenschap.

Historisch gezien is het westerse mannenlijf lang beschouwd als de norm in de wetenschap, waardoor onderzoek naar vrouwen en andere etnische groepen geregeld achterbleef. Dit wordt ook wel aangeduid als gender- en aandoeningsbias. 

De gevolgen van deze standaard Gezondheidszorg: Vrouwen krijgen door deze scheefgroei in de literatuur vaker te laat of verkeerd gediagnosticeerde symptomen, bijvoorbeeld bij hartinfarcten, hevige menstruatie en hormoonproblemen. Ook medicijntesten richtten zich van oudsher vaker op mannen. 

De wetenschap erkent inmiddels dat mannen en vrouwen biologisch van elkaar verschillen en dat dit belangrijk is bij medisch onderzoek. Maar dan ontstaat bij mij een andere vraag. Hoe goed kennen we het vrouwenlichaam eigenlijk? 

Het lichaam ontwikkelt zich al voordat een baby geboren wordt. Vanaf het embryo vinden allerlei biologische processen plaats. Hormonen, chromosomen en organen spelen daarbij allemaal een rol. Ook de menstruatiecyclus is een ingewikkeld biologisch proces. Toch is er nog steeds veel onderzoek nodig om de verschillen tussen mannen en vrouwen volledig te begrijpen. En dan vraag ik mij af: Als we het biologische vrouwenlichaam nog niet volledig begrijpen, hoe kunnen we dan precies begrijpen wat er biologisch gebeurt bij een transman?

En daar wordt het interessant

Een transman heeft niet ineens een lichaam dat biologisch op precies dezelfde manier is ontwikkeld als een man. Zijn lichaam heeft zich vanaf het begin op een bepaalde manier ontwikkeld. Dat begint al tijdens de ontwikkeling van het embryo. Daarom kun je volgens mij niet alleen kijken naar wat er gebeurt nadat iemand testosteron gaat gebruiken.

Er is een veel fundamentelere vraag: 

  1. Hoe is het lichaam van een transman eigenlijk biologisch ontwikkeld en hoe functioneert het? 
  2. Welke biologische factoren spelen een rol? 
  3. Wat gebeurt er tijdens de ontwikkeling?
  4. Welke rol spelen hormonen?
  5. Welke rol spelen chromosomen?
  6. Welke rol spelen de hersenen?

En misschien wel de belangrijkste vraag: Welke van deze punten weten we echt, en welke dingen weten we nog helemaal niet?

 

 

Genderidentiteit geeft niet automatisch het biologische antwoord

Tegenwoordig wordt veel gesproken over 'genderidentiteit'. Zoals het 1e deel boven dit artikel. Dat begrip beschrijft hoe iemand zichzelf ervaart. Dat kan heel belangrijk zijn. Maar er is een verschil tussen 'beschrijven wat iemand ervaart' en 'verklaren waarom iemand dat ervaart'. Wanneer iemand zegt: “Ik voel mij een man. ”dan weten we daarmee wat iemand ervaart. Maar daarmee weten we nog niet automatisch 'waardoor' die ervaring ontstaat. Dat kan bijvoorbeeld een biologische vraag zijn. Of misschien een combinatie van verschillende factoren. En precies daar zit voor mij het interessante punt. 

 

Hebben we een biologisch stukje overgeslagen?

Misschien hebben we in de afgelopen jaren vooral gezocht naar woorden om de ervaring van transgender personen te beschrijven. 

 

 

Van medische termen naar termen als 'genderidentiteit' en 'genderdysforie'. 

Dat heeft ervoor gezorgd dat we beter kunnen praten over wat iemand ervaart. Maar een naam geven aan een ervaring betekent nog niet dat we de oorzaak ervan kennen. En daar moeten we volgens mij eerlijk over zijn. Misschien weten we simpelweg nog te weinig. Niet omdat er geen onderzoek is gedaan. Maar omdat er misschien nog onvoldoende onderzoek is gedaan naar de juiste biologische vragen. 

Eerst het vrouwenlichaam begrijpen?

Daarom vind ik het zo bijzonder dat we enerzijds erkennen dat er jarenlang te weinig onderzoek naar vrouwen is gedaan......maar anderzijds steeds verdergaande uitspraken doen over de biologische kant van transgender zijn. Vooral bij transmannen roept dat bij mij vragen op. Als we het biologische vrouwenlichaam nog steeds verder moeten onderzoeken, hoe kunnen we dan precies weten hoe een lichaam dat zich vanaf het begin vrouwelijk heeft ontwikkeld, maar waarin iemand later een mannelijke genderidentiteit ervaart, biologisch functioneert? Misschien moeten we daarom een stap terug doen. Niet om transgender mensen te ontkennen. Niet om te zeggen dat genderidentiteit niet bestaat. Maar om opnieuw de biologische vragen te stellen. 

Wat weten we eigenlijk?

 

Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste vraag. We weten ontzettend veel over het menselijk lichaam. Maar we weten nog lang niet alles. En als we eerlijk zijn over wat we nog niet weten, ontstaat er ruimte voor nieuw onderzoek. 

  • Onderzoek naar de ontwikkeling van het lichaam.
  • Onderzoek naar de hersenen.
  • Onderzoek naar hormonen.
  • Onderzoek naar chromosomen.

En onderzoek naar de biologische verschillen tussen mannen, vrouwen en transgender personen.

Niet om vooraf een bepaalde conclusie te bewijzen.

Maar om erachter te komen wat er werkelijk aan de hand is.

Want wetenschap zou niet moeten beginnen met: “Dit is het antwoord. Wetenschap zou moeten beginnen met: Wat weten we eigenlijk?”

Wat vind jij?

 

Is 'genderidentiteit' voldoende om uit te leggen wat er bij genderdysforie gebeurt? Of zouden we veel meer onderzoek moeten doen naar de biologische kant? Misschien begint een beter begrip van transgender zijn niet alleen bij de vraag wie iemand zegt te zijn, maar ook bij de vraag wat er biologisch precies gebeurt.