De T die niet voor iedereen als vanzelfsprekend voelde

BLOG

In mijn vorige blog schreef ik over de vraag of er binnen de LHBTI+-gemeenschap voldoende ruimte is voor een andere mening wanneer je zelf transgender bent.

Maar er is nog een ander punt waar ik soms over nadenk.

Hoe vanzelfsprekend is het eigenlijk dat de T onderdeel is geworden van de letters waar we vandaag de dag zo vertrouwd mee zijn?

Voor veel mensen lijkt LHBTI+ inmiddels één geheel. De letters worden vaak achter elkaar genoemd alsof ze altijd bij elkaar hebben gehoord.

Maar als je wat verder terugkijkt, ligt dat genuanceerder.

 

Terug naar de jaren 90

In de jaren negentig begon de afkorting LHBT steeds meer gemeengoed te worden. Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen en biseksuele mensen trokken al langer gezamenlijk op rond seksuele oriëntatie en emancipatie. De T werd daar steeds vaker aan toegevoegd.

Voor een deel van de transgenders voelde dat waarschijnlijk logisch: samen opkomen voor acceptatie, gelijke behandeling en het recht om jezelf te kunnen zijn. Maar dat betekende niet dat iedere transgender persoon zich ook daadwerkelijk herkende in die gezamenlijke beweging.

En dat vind ik een belangrijk verschil.

Want transgender-zijn gaat in de eerste plaats over genderidentiteit en het eigen lichaam. Seksuele oriëntatie gaat over op wie iemand zich aangetrokken voelt.

Dat zijn twee verschillende onderwerpen.

Je kunt transgender zijn en heteroseksueel, homoseksueel, biseksueel of een andere seksuele oriëntatie hebben. Je seksuele voorkeur vertelt immers niet of iemand transgender is.

Juist daarom hebben sommige transgenders door de jaren heen moeite gehad met het idee dat hun identiteit automatisch onderdeel zou moeten zijn van één gezamenlijke gemeenschap. Niet omdat zij iets tegen lesbische, homoseksuele of biseksuele mensen hadden. Maar simpelweg omdat zij hun eigen verhaal anders zagen.

Voor sommigen was transgender-zijn vooral medisch

Voor een deel van de transgenders van toen lag de nadruk bovendien sterk op de medische kant.

Genderdysforie, lichamelijke kenmerken, hormonen, operaties en de medische zorg waren geen maatschappelijke discussie voor hen, maar een persoonlijk en soms jarenlang traject. Ook in Nederland ontwikkelde de transgenderzorg zich in de jaren tachtig en negentig sterk. De medische benadering speelde daarin een belangrijke rol.

Dat perspectief bestaat nog steeds.

Er zijn transgender mensen die zichzelf vooral zien als iemand met een medische geschiedenis en die weinig behoefte hebben aan een bredere maatschappelijke of politieke identiteit rondom het transgender-zijn. Ook dat is een ervaring die er mag zijn.

En toen kwam de I

Later kwamen er opnieuw veranderingen in de letters.

De I van intersekse werd toegevoegd. Ook dat ging niet overal zonder discussie. Intersekse personen vormen immers een heel diverse groep en niet iedereen voelde zich automatisch verbonden met de regenboogbeweging.

Interessant genoeg was LHBTI in Nederland aanvankelijk helemaal niet vanzelfsprekend. Een overheidsdocument uit die periode beschreef LHBTi nog als een mogelijke uitbreiding en merkte op dat het toevoegen van de I aan de bestaande alliantie nog niet gebruikelijk was.

In de jaren daarna werd LHBTI steeds gebruikelijker. Inmiddels zijn we zelfs aangekomen bij afkortingen als LHBTQIA+, waarbij steeds meer groepen en identiteiten een plek proberen te krijgen. Maar daarmee ontstaat voor mij opnieuw een interessante vraag.

Wanneer wordt inclusiviteit eigenlijk een verplichting om jezelf onderdeel te voelen van een geheel?

De T is gebleven

De T is uiteindelijk nooit verdwenen. En daar heb ik persoonlijk geen probleem mee als anderen zich daar wél in herkennen. Maar ik vind het wel belangrijk om te erkennen dat niet iedere transgender persoon zich automatisch verbonden voelt met alles wat onder die letters wordt verstaan.

Ook vandaag zijn er transgenders die zeggen:

"Ik ben transgender, maar ik voel mij niet verbonden met de LHBTI+-gemeenschap."

Of:

"Mijn transgender-zijn heeft voor mij niets met mijn seksuele voorkeur te maken."

Of:

"Ik wil best naast andere groepen staan, maar ik wil niet dat er namens mij wordt gesproken."

Dat zijn geen vreemde uitspraken.

Het zijn persoonlijke ervaringen.

Samen hoeft niet hetzelfde te betekenen

Misschien is dat wel waar het uiteindelijk om draait. 

  • Je hoeft niet hetzelfde te zijn om elkaar te respecteren. 
  • Je hoeft niet dezelfde politieke mening te hebben.
  • Je hoeft niet dezelfde visie op gender te hebben.
  • En je hoeft jezelf niet automatisch onderdeel te voelen van een grotere gemeenschap alleen omdat anderen vinden dat je daar thuishoort.

Voor mij betekent inclusiviteit daarom niet alleen dat er zoveel mogelijk letters aan een afkorting worden toegevoegd.

Echte inclusiviteit betekent ook dat iemand mag zeggen: "Deze letter staat voor mij, maar ik herken mij niet in alles wat eraan wordt gekoppeld."

Zonder dat daar meteen een oordeel aan verbonden wordt. Want ook dat is ruimte geven aan verschil.

 

Misschien mogen we daar eerlijker over zijn

De geschiedenis van LHBTI+ is geen geschiedenis van één groep mensen met één gezamenlijk verhaal. Het is een geschiedenis van verschillende groepen, die op verschillende momenten dichter bij elkaar zijn gekomen en soms ook weer hun eigen weg hebben gezocht. Dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn. Misschien hoeven we elkaar niet voortdurend onder één vlag te plaatsen. Misschien mogen we ook gewoon zeggen:

Ik respecteer jou.
Jij respecteert mij.
Maar we hoeven niet hetzelfde te denken.

En misschien geldt dat ook voor de letters.

 

De T mag er voor de één vol overtuiging bij horen. Maar iemand die zegt dat hij of zij zich daar niet mee verbonden voelt, verdient óók een plek aan tafel. Want als we werkelijk geloven in diversiteit, dan zou diversiteit toch ook moeten betekenen dat je niet verplicht bent om jezelf op dezelfde manier te definiëren als een ander?

Dat lijkt mij uiteindelijk veel interessanter dan de vraag hoeveel letters er achter LHBT blijven komen.

Niet iedereen hoeft dezelfde vlag te dragen om elkaar te respecteren.

En misschien begint echte ruimte voor verschil precies daar.