Binnen LHBTI+ geen ruimte voor een andere mening als transgender?
Mag je binnen de LHBTI+_gemeenschap een andere mening hebben over transgender-zijn, genderdysforie of de manier waarop hierover wordt gesproken?
Dat lijkt misschien een vreemde vraag. Juist binnen een gemeenschap die zich sterk maakt voor jezelf mogen zijn, zou je verwachten dat er ruimte is voor verschillende ervaringen en opvattingen.
Toch hoor ik, en ervaar ik zelf, soms iets anders.
Niet iedere transgender persoon denkt hetzelfde. Niet iedereen kijkt hetzelfde naar genderdysforie. Niet iedereen heeft dezelfde ervaring met de zorg. En niet iedereen herkent zich in het beeld dat in de media of door belangenorganisaties wordt uitgedragen.
Maar wat gebeurt er wanneer je dat hardop zegt?
Een andere mening betekent niet automatisch een andere identiteit
Je kunt transgender zijn en toch kritisch zijn op bepaalde ontwikkelingen rondom transgenderzorg. Je kunt transgender zijn en vragen hebben bij de manier waarop genderdysforie wordt benaderd.
Je kunt transgender zijn en vinden dat sommige zaken genuanceerder besproken mogen worden.
En je kunt transgender zijn zonder je in ieder standpunt van de LHBTI+-beweging te herkennen. Dat maakt je niet minder transgender.
Toch lijkt er soms een vreemde tegenstelling te ontstaan. Zodra je als transgender persoon een andere mening verkondigt dan de mening die binnen bepaalde delen van de gemeenschap als vanzelfsprekend wordt gezien, kan er al snel een oordeel volgen.
- Ben je kritisch? Dan ben je misschien ‘rechts’.
- Stel je vragen? Dan zou je niet inclusief genoeg zijn.
- Ben je het niet eens met de heersende opvatting? Dan lijkt het soms alsof je je moet verantwoorden.
Maar sinds wanneer heeft een politieke kleur iets te maken met het hebben van een kritische vraag?
Waar is de ruimte voor nuance?
Ik geloof dat juist bij onderwerpen als genderdysforie nuance belangrijk is. Het gaat tenslotte niet alleen over theorie, politiek of maatschappelijke discussies. Het gaat over mensen. Over lichamen. Over ervaringen. Over zorg. Over verwachtingen. Over twijfels. En soms ook over keuzes waar iemand jarenlang mee moet leven. Dan zou je juist verwachten dat verschillende ervaringen naast elkaar mogen bestaan. De één kan heel positief terugkijken op zijn of haar transitie. Een ander kan twijfels hebben. Weer iemand anders kan vinden dat de zorg anders georganiseerd zou moeten worden. En iemand kan tegelijkertijd dankbaar zijn voor bepaalde zorg én kritisch zijn op andere onderdelen daarvan.
Waarom zouden die ervaringen elkaar moeten uitsluiten?
Ook binnen LHBTI+ is niet iedereen hetzelfde
De afkorting LHBTI+ wordt vaak gebruikt alsof het één groep is met één gezamenlijk verhaal. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Het zijn verschillende mensen met verschillende achtergronden, ervaringen en overtuigingen. Ook binnen de transgender gemeenschap bestaan grote verschillen.
- De één wil vooral erkenning.
- De ander wil vooral goede zorg.
- Een ander wil juist kritisch kunnen praten over wat er beter kan.
Dat laatste zou toch ook moeten kunnen?
Als we werkelijk geloven in diversiteit, dan zou diversiteit niet alleen moeten betekenen dat verschillende identiteiten een plek krijgen.
Dan zou er ook ruimte moeten zijn voor verschillende meningen.
Kritiek is niet hetzelfde als afwijzing
Een kritische vraag stellen betekent niet automatisch dat je iemand afwijst. Een andere mening hebben betekent niet automatisch dat je iemand niet respecteert. En ergens vraagtekens bij zetten betekent niet automatisch dat je tegen transgender personen bent. Dat onderscheid lijkt soms verloren te gaan. Je kunt iemand respecteren en toch een andere mening hebben. Je kunt iemands identiteit erkennen en toch kritisch zijn op bepaalde ideeën. Je kunt voor gelijke rechten zijn en tegelijkertijd vragen stellen over de manier waarop bepaalde onderwerpen worden besproken. Dat is geen tegenstelling.
Dat is juist onderdeel van een open gesprek.
Wat gebeurt er als we elkaar het zwijgen opleggen?
Wanneer mensen het gevoel krijgen dat ze alleen welkom zijn zolang ze dezelfde mening hebben, ontstaat er geen open gesprek meer.
Dan gaan mensen hun vragen inslikken.
Ze houden hun twijfels voor zich.
Of ze verdwijnen helemaal uit het gesprek.
En daarmee verliezen we misschien juist de mensen die iets belangrijks te vertellen hebben.
Want wie bepaalt eigenlijk wat de ‘juiste’ transgender mening is?
En bestaat die überhaupt?
Mijn vraag is daarom simpel
Als binnen de LHBTI+-gemeenschap wordt gepleit voor acceptatie, respect en ruimte om jezelf te zijn, zou die ruimte dan ook moeten gelden voor iemand die binnen diezelfde gemeenschap een andere mening heeft?
- Niet om elkaar af te vallen.
- Niet om mensen tegenover elkaar te zetten.
Maar juist om met elkaar in gesprek te kunnen blijven.
Want misschien begint echte inclusie niet bij het allemaal met elkaar eens zijn. Misschien begint het juist bij de mogelijkheid om het met elkaar oneens te zijn zonder elkaar meteen af te schrijven.
Dat lijkt mij pas écht ruimte voor verschil.